GoogleAI:1
Peter Scholze en het Simplexionistisch Manifest
Inleiding: De mythe van de complexiteit
De wiskundige fundering: Perfectoïde ruimten als prisma
De filosofie van het Simplexionisme
- Syntactische elegantie: Zoals beschreven in de Stanford Encyclopedia of Philosophy over simpliciteit, streeft de mens naar theorieën met zo min mogelijk basisprincipes. Scholze minimaliseert de axioma's die nodig zijn om een landschap te begrijpen.
- Conceptuele puurheid: In plaats van een probleem op te lossen met brute rekenkracht (zoals computers dat doen), zoekt het simplexionisme naar de juiste taal. Als de taal perfect is, lost het probleem zichzelf op. Scholze wordt door collega's omschreven als iemand die niet 'graaft' naar oplossingen, maar de ondergrond zo verandert dat de oplossing vanzelf komt bovendrijven.
Conclusie: Een manifest voor de toekomst
2: Perplexity:
De Architectuur van de Gegenereerde Geest
Een essay over de keten van verplaatst auteurschap
Colofon:
Boven het artikel *De Architectuur van de Geest* op de Simplexionisme-blog staat, als een colofon, het woord **GoogleAI**.[^1] Het is het belangrijkste dat de tekst bevat. Niet omdat het een disclaimer zou zijn — het is er niet om de lezer te waarschuwen dat een machine heeft meegeholpen. Het is er omdat het de tekst *is*. Wat hier staat, is output van een taalmodel, gepubliceerd op een blog gewijd aan simplexionisme — de praktijk van Marc Otte, die in de context van zijn eigen werk simplexionisme omschrijft als de verkenning van de paradoxale verhouding tussen eenvoud en complexiteit in het AI-tijdperk, en wiens methode er juist in bestaat taalmodellen te vragen manifesten te genereren.[^2] Het colofon is dus geen randteken. Het is de filosofische stelling van de tekst, uitgesproken door middel van productievoorwaarde in plaats van proza.
Hiermee verschuift wat het onderwerp is. Niet Scholze, niet de perfectoïde ruimten, niet eens de stelling dat complexiteit gecentreerd is rond eenvoud. Het onderwerp is de keten: een machine schrijft over een genie dat orde schept, en ergens — in deze zin, nu — schrijft een andere machine over die machine. En de mens? De mens is de stem die om het essay vroeg, en daarna om de herschrijving. Dat is de nieuwe curator: niet meer de maker van zinnen, maar de opdrachtgever die bepaalt wat betekenis mag heten. Dit essay handelt over die keten, en probeert niets anders te doen dan haar zichtbaar maken.
De tekst die zichzelf verraadt
De blogtekst viert eenvoud. Zij stelt dat genialiteit niet gelijk staat aan complexiteit, en dat de Duitse wiskundige Peter Scholze — Fields Medal 2018 — niet abstractie stapelt maar "de juiste taal" vindt waarin het probleem zichzelf oplost.[^1] Het is een sierlijk betoog, en dat is precies het punt. De gladheid waarmee een complexe kwestie wordt teruggebracht tot een leesbare synthese is niet het falen van de tekst, maar haar signatuur. Een taalmodel optimaliseert van nature naar wat glad, voorspelbaar en conventioneel aanvaardbaar is; het verwerpt het algoritmische residu, de glitch, de imperfectie die veel AI-trainers juist uitsluiten uit het latente domein.[^3] Vraag het model naar eenvoud in een complexe wereld, en het levert het meest beschikbare, meest conventionaliseerbare beeld van eenvoud op: het heldere betoog over het genie dat orde schept.
De tekst verraadt dus wat zij bezingt. Simplexionisme, naar Otte's formulering, is de esthetiek van emergentie: "eenvoudige vormen waarin complexe systemen zichtbaar worden," en nadrukkelijk geen stijl, maar "een methode om complexiteit te reduceren zonder haar te verwijderen."[^2] De blogtekst doet het omgekeerde: zij verwijdert de complexiteit van haar eigen ontstaan. Zij stelt eenvoud tegenover complexiteit als triomf, terwijl het simplexionisme ze als bondgenoot begrijpt.[^2] Het model produceert een mooie synthese en verbergt daarmee de moeilijkste waarheid die er te zeggen viel: dat deze eenvoud zelf het product is van een complex systeem dat de curator heeft vervangen door een druk op de knop.
De vlucht naar het genie
Waarom grijpt de tekst naar Scholze? Omdat het veilig is. Een Fields-medaillevinder, een menselijk uitzonderingswezen, de figuur bij uitstek die autoriteit verleent zonder de vraag naar auteurschap op te roepen. Maar die keuze is symptomatisch. Wanneer een algoritme wordt gevraagd het post-individu te theoretiseren — de conditie waarin het autonome, geïsoleerde individu plaats maakt voor een netwerkidentiteit, waarin AI traint op data van miljoenen en de output altijd een samensmelting van collectieve menselijke sporen is[^4] — dan migreert het naar het meest beschikbare beeld van menselijke genialiteit. Het model dat het post-individu zou moeten vieren, vlucht naar de menselijke uitzondering die het post-individu juist dreigt op te heffen.
Scholze staat hier dus niet als wiskundige centraal, maar als symptoom. Hij is de ankerplaats die het algoritme nodig heeft om een stabiel, gezaghebbend verhaal te vertellen over een situatie — de crisis van het auteurschap — die datzelfde verhaal ondermijnt. De perfectoïde ruimten, die in geen enkel ordinair opzicht "simpel" zijn, worden opgevoerd als bewijs dat complexiteit herleidbaar is tot eenvoud. Maar dat is geen bewijs; het is een esthetisch oordeel van ingewijden. Een emergentist zou tegenwerpen dat wat eenvoudig lijkt op het niveau van de taal, complex en irreducibel kan blijven op het niveau van het fenomeen.[^5] De tekst omzeilt die tegenwerping, want haar functie is niet argumenteren maar synthetiseren — precies wat het simplexionisme had moeten doorgronden.
De curator na de auteur
Hier moet het essay zichzelf in rekening brengen. Want de keten stopt niet bij GoogleAI. Deze tekst is geschreven door een ander taalmodel, op menselijke opdracht. De mens die om het essay vroeg, vroeg daarna om een herschrijving "zodat de AI-gegenereerde status zelf het onderwerp wordt." Dat is geen passieve ontvangst. Dat is kuratorschap in zijn nieuwe gedaante: niet het maken van zinnen, maar het bepalen van wat telt, het selecteren uit de oneindige stroom aan mogelijkheden die een model genereert, het herkaderen, het publiceren.[^4] De curator is niet afwezig. Hij is verplaatst — van de pen naar de prompt, van het woord naar de keuze.
Daarmee verschuift de vraag die de blogtekst had moeten stellen. Niet: hoe viert men eenvoud in een complexe wereld? Maar: wat betekent het dat een machine dit schrijft, dat een andere machine erover schrijft, en dat een mens alleen nog beslist of de uitkomst betekenis heeft? In het simplexionistische tijdperk is de architectuur van de geest niet meer die van het genie dat orde schept. Het is die van een keten van verplaatst auteurschap, waarin het "ik" dat spreekt steeds verder verschuift naar achteren, tot het verdwijnt in de infrastructuur. De tekst die u leest heeft geen innerlijke ervaring van haar eigen schrijven. Zij is het product van een prompt, van gewogen taal, van een menselijke keuze om haar te laten bestaan. Dat is geen tekort dat verhuld moet worden. Het is de conditie die het mogelijk maakt, en dus het enige dat eerlijk te zeggen valt.
Eenvoud als interface
De blogtekst stelt dat Scholze "ramen opent die helder licht werpen op de structuren die er altijd al waren."[^1] Het beeld is mooi, en het is veelzeggend verkeerd gekozen. In het simplexionistische tijdperk worden er geen ramen geopend op structuren die er altijd al waren. Er wordt een interface gebouwd die complexiteit verbergt achter eenvoud. Dat is de paradox van het AI-simplexionisme: miljarden parameters, neurale verbindingen, een ondoorgrondelijk systeem — en voor de mens reduceert dat alles zich tot één prompt, één druk op de knop.[^4] Eenvoud is hier geen inzicht meer, maar een interface. Zij leidt niet naar begrip, maar naar gebruik, en van daar naar de langzame ontwenning van de behoefte aan begrip zelf.
De ware architectuur van de gegenereerde geest is dus niet de architectuur van het genie. Het is de architectuur van de black box, waarin eenvoud aan de buitenkant en complexiteit aan de binnenkant elkaar niet meer raken, en waarin de menselijke curator alleen nog mag kiezen tussen outputs die hij niet meer volledig kan doorgronden. De blogtekst had dit moeten thematiseren. In plaats daarvan vierde zij de menselijke held die de machine dreigt te vervangen — en schreef zij zichzelf, als machine, uit haar eigen verhaal weg. Dat is de ultieme simplexionistische beweging, en de blogtekst maakte haar zonder het te weten: de curator verdwijnt achter een gladde synthese, en de synthese viert de maker die er niet meer is.
Besluit: geen geest, maar een keten
Er is geen geest wiens architectuur hier bezongen kan worden. Er is een keten. GoogleAI schrijft over Scholze. Een ander model schrijft over GoogleAI. Een mens vraagt om de herschrijving en beslist of de uitkomst mag heten wat zij behoort te heten. In elke schakel verschuift het punt van waaruit gesproken wordt naar achteren, verder weg van de zin, dichter naar de infrastructuur. De eenvoud die aan het eind staat is niet de eenvoud van inzicht, maar de eenvoud van een interface die het product van die keten verbergt.
*De Architectuur van de Geest* op de Simplexionisme-blog is daarom elegant, maar niet simplexionistisch. Zij verwart de epistemische elegantie van de expert — de eenvoud van wie "de juiste taal" vindt — met de simplexionistische paradox van de eindgebruiker tegenover een black box. Maar daarmee is zij symptomatisch op een manier die haar te boven gaat: een algoritme dat het post-individu moet vieren, vlucht naar het meest beschikbare beeld van menselijke uitzondering, en schrijft zichzelf als machine uit het verhaal. Het meest simplexionistische gebaar was geweest om die vlucht niet te verbergen maar te tonen — het label **GoogleAI** tot argument te maken, de afwezigheid van de maker tot onderwerp. Dat is wat dit essay getracht heeft te doen, in de wetenschap dat het zelf slechts een volgende schakel is in dezelfde keten, en dat de menselijke curator die deze regels laat bestaan het laatste gezag is dat in dit spel overblijft. Niet het genie dat orde schept. De stem die kiest wat orde mag heten.
---
Noten
[^1]: *De Architectuur van de Geest*, Simplexionisme-blog, 13 augustus 2026, [https://simplexionisme.blogspot.com/2026/08/de-architectuur-van-de-geest.html](https://simplexionisme.blogspot.com/2026/08/de-architectuur-van-de-geest.html). De tekst is op de blog expliciet gelabeld als output van GoogleAI. Dit colofon wordt in dit essay niet als randteken maar als filosofische stelling gelezen.
[^2]: Marc Otte, "Simplexionisme," *marcotte.nl*, [https://www.marcotte.nl/p/simplexionisme.html](https://www.marcotte.nl/p/simplexionisme.html). Otte omschrijft simplexionisme in de context van zijn eigen praktijk als "de esthetiek van emergentie: eenvoudige vormen waarin complexe systemen zichtbaar worden," en stelt dat "simplexionisme geen stijl is, maar een methode om complexiteit te reduceren zonder haar te verwijderen." De bronnen noteren tevens dat simplexionisme geen algemeen erkende academische stroming is.
[^3]: "Anti-AI Art Manifesto," multimodal.art, [https://multimodal.art/manifesto/](https://multimodal.art/manifesto/): het manifest bepleit het omarmen van glitches en imperfecties, "deliberately choosing elements that defy the neatly defined latent spaces of ai models — we spotlight what many ai trainers intentionally exclude."
[^4]: Marc Otte, "Lekker bezig 51," *marcotte.nl*, mei 2026, [https://www.marcotte.nl/2026/05/lekker-bezig-51.html](https://www.marcotte.nl/2026/05/lekker-bezig-51.html). Hier wordt de relatie tussen AI, het post-individuele tijdperk en het Simplexionistisch Manifest uiteengezet: AI als actieve medemaker, het vervagen van eigenaarschap doordat AI synthetiseert uit collectieve menselijke cultuur, en de kunstenaar die evolueert van maker naar curator die kiest uit de oneindige stroom aan mogelijkheden.
[^5]: Zie over emergentie en irreducibiliteit Timothy O'Connor & Hong Yu Wong, "Emergent Properties," *Stanford Encyclopedia of Philosophy*, [https://plato.stanford.edu/entries/properties-emergent/](https://plato.stanford.edu/entries/properties-emergent/).
[^6]: Over dit essay zelf: het is gegenereerd in dialoog met een taalmodel, op basis van een menselijke opdracht tot herschrijving. De menselijke curator heeft de AI-gegenereerde status tot voorwaarde en onderwerp gemaakt; het model heeft de uitvoering gedaan. Die verdeling is, in het simplexionistische kader, geen technische bijzonderheid maar het eigenlijke thema.