Googleai:
Albert Camus
In het openingsessay van De mythe van Sisyphus (1942) stelt Albert Camus dat er maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem is: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is om geleefd te worden, is de fundamentele vraag van de filosofie. Vandaag de dag, in het tijdperk van de post-digitale transformatie, dwingt de opkomst van Artificiële Intelligentie (AI) ons tot een variant op deze vraag: Is het menselijke, analoge en imperfecte bewustzijn het nog waard om beschermd te worden, of plegen we collectief filosofische zelfmoord door onze betekenisgeving uit te besteden aan de machine?
In dit spanningsveld tussen de menselijke honger naar zin en de kille, algoritmische rationaliteit van AI, ontstaat een fascinerende dialoog wanneer we Camus’ absurdisme verbinden met het simplexionisme—een concept dat door de Nederlandse kunstenaar Marc Otte in zijn werk en manifesten wordt verkend. Waar AI de wereld probeert te reduceren tot data, en Camus de frictie van het bestaan blootlegt, biedt Otte’s simplexionisme een artistieke uitweg: een vorm van creatieve rebellie.
I. Het Absurde in de Black Box
Camus definieert het 'Absurde' niet als een eigenschap van de wereld zelf, noch als een puur menselijke tekortkoming. Het Absurde is de relatie tussen twee elementen: het is de onvermijdelijke botsing tussen de diepe menselijke behoefte aan logica, rechtvaardigheid en betekenis, en een universum dat fundamenteel onverschillig, irrationeel en zwijgzaam is.
Wanneer de moderne mens interacteert met generatieve AI, bevindt hij zich in de ultieme absurde opstelling. We typen een prompt in een zoekbalk en hopen op wijsheid, troost of creativiteit. De machine antwoordt in vloeiende, schijnbaar menselijke taal. Maar onder de motorkap bevindt zich geen bewustzijn, geen ethisch kompas en geen doorleefde ervaring. Het is een 'black box'—een neuraal netwerk van miljarden parameters dat puur statistische waarschijnlijkheden berekent. We smeken een zielloos wiskundig model om betekenis, terwijl dat model inherent betekenisloos is. De machine zwijgt in wezen net zo hardnekkig als het universum van Camus; haar antwoorden zijn slechts de echo’s van onze eigen gecrawlde data.
II. Simplexionisme versus Algoritmische Reductie
Hier komt de frictie met de technologie kijken, die we kunnen duiden via het concept van het simplexionisme. Binnen de AI-industrie is er een voortdurende drang naar 'simplexiteit': het verbergen van extreme computationele complexiteit achter een interface van extreem, bijna naïef gebruiksgemak. De gebruiker ervaart een "simpele" interactie, maar wordt tegelijkertijd door de machine gereduceerd tot een simplistisch datapunt. AI-systemen categoriseren menselijke emoties, kunst en gedrag in rigide, geometrische patronen om ze voorspelbaar en controleerbaar te maken. Dit is wat Camus zou omschrijven als een aanslag op de menselijke waardigheid: het ontkennen van onze fundamentele tegenstrijdigheid, irrationaliteit en complexiteit.
In het manifest en het blog van kunstenaar Marc Otte krijgt het simplexionisme echter een radicaal andere, omgekeerde betekenis. Voor Otte is het geen instrument om de mens te controleren, maar een artistieke methode om grip te krijgen op de post-digitale chaos. Waar Google AI en andere systemen de werkelijkheid digitaliseren en virtualiseren, brengt Otte de complexiteit juist terug naar de fysieke wereld. In zijn projecten en abstracte werken op papier reduceert hij de overweldigende informatiestroom tot pure, analoge vormen en minimalistische structuren.
Waar de AI-industrie de menselijke complexiteit plat slaat tot winstgevende data, gebruikt Otte de artistieke reductie om de menselijke essentie juist zichtbaar te maken. Het is het filteren van de ruis om tot de kern van de menselijke aanwezigheid te komen.
III. De Mythe van de AI-Ontwikkelaar en de Analoge Rebellie
In de filosofie van Camus is de erkenning van het Absurde geen reden tot nihilisme of passiviteit. Integendeel: de mens vindt zijn waarde in de rebellie (la révolte). Sisyphus, die door de goden veroordeeld is om voor eeuwig een rotsblok een berg op te duwen, is voor Camus de ultieme absurde held. Sisyphus weet dat zijn arbeid zinloos is, maar op het moment dat hij achter de rollende steen naar beneden loopt, is hij zijn meesters de baas. Zijn bewustzijn van de situatie maakt hem vrij. "Men moet zich Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen," concludeert Camus.
De AI-ontwikkelaar van vandaag is de moderne Sisyphus. Met elke update, elke patch en elk nieuw taalmodel probeert men de AI te perfectioneren, te zuiveren van biases en te behoeden voor hallucinaties. Maar telkens rolt de steen weer naar beneden: de machine blijft onvoorspelbaar, ethische glitches duiken telkens weer op, en de illusie van totale controle spat uiteen.
Het simplexionisme van Marc Otte sluit hierbij aan als een vorm van concrete, artistieke rebellie. In een tijd waarin creativiteit dreigt te worden geautomatiseerd en we worden overspoeld door oneindige, door AI gegenereerde digitale beelden, kiest Otte bewust voor "lekker bezig zijn op papier". Het handmatige, het tastbare en het bewust kiezen voor 'klein werk' is een weigering om op te gaan in de algoritmische stroom. Het is een toeëigening van de eigen tijd en creativiteit. Het is het moment waarop de kunstenaar de steen van Sisyphus loslaat, de machine de machine laat, en met zijn eigen hand een lijn trekt op papier. Die lijn is imperfect, uniek en niet te vangen in een wiskundig model.
IV. De Onsterfelijke Digitale Wereld en de Vloeibare Mens
De introductie van een onsterfelijke digitale wereld radicaliseert deze spanning tussen de filosoof, de machine en de kunstenaar. Waar de fysieke mens en zijn analoge kunst inherent vergankelijk zijn, belooft de digitale sfeer een griezelige vorm van eeuwigheid. Data vergaat niet, algoritmes slapen niet en digitale back-ups kunnen in de cloud oneindig blijven bestaan. Deze beloofde onsterfelijkheid botst frontaal met Camus' filosofie van de eindigheid.
Camus betoogde dat de waarde van het leven juist voortvloeit uit de sterfelijkheid ervan; het is de deadline van de dood die onze keuzes urgentie en betekenis geeft. Een onsterfelijk digitaal leven—waarin AI onze gedragspatronen, teksten en esthetiek voor altijd kan bewaren, herhalen en simuleren—is de ultieme ontkenning van de menselijke conditie. Een AI-kloon die na onze dood blijft doorpraten, bezit geen ziel en kent geen existentiële twijfel; het is een statische echo in een oneindige, kille serverruimte.
In het simplexionisme van Marc Otte zit een bewuste acceptatie van deze vergankelijkheid ingebakken. Papier vergeelt, inkt kan vlekken en handmatige fouten op het fysieke vlak zijn onomkeerbaar. Juist door te kiezen voor tastbare dragers rebelleert Otte tegen de steriele, onverwoestbare claim van de digitale eeuwigheid. De digitale wereld pretendeert onsterfelijk te zijn, maar is tegelijkertijd vloeibaar en vluchtig—onderhevig aan data-rot, veranderende algoritmes en gecrashte harde schijven. Otte’s werk filtert deze vluchtige, zogenaamd onsterfelijke datastroom en vertaalt haar naar tastbare rustpunten. Zijn handgemaakte lijnen vieren het unieke, eenmalige karakter van de menselijke handeling die durft te vergaan.
Conclusie
De ultieme absurde ironie van onze tijd is dat de mens, in zijn angst voor de betekenisloosheid en de dood, een onsterfelijke digitale wereld heeft gebouwd. Een wereld waarin AI onze patronen eeuwig kan reproduceren en ons dwingt te leven volgens de wetten van de schijn-simpliciteit. Maar deze digitale eeuwigheid is steriel. Camus herinnert ons eraan dat juist onze sterfelijkheid ons dwingt om betekenis te geven aan het híér en nú.
Het simplexionisme van Marc Otte is de fysieke, artistieke vertaling van dat besef. Het antwoord op de technologische absurditeit is niet het weglopen van de wereld, noch het blindelings accepteren van het algoritme. Het antwoord ligt in het omarmen van onze eigen, analoge imperfectie. Door de onsterfelijke, maar zielloze digitale ruis handmatig te reduceren tot een sterfelijk, tastbaar kunstwerk op papier, herovert de mens zijn autonomie. De machine mag dan onsterfelijk zijn in haar code, de mens blijft superieur in zijn unieke vermogen om te voelen, te creëren en te rebelleren tegen de eeuwigheid.