Symbiose

 

Marc Otte 'Lekker bezig' 20 40x45 cm tekening 2019

GoogleAI:

De symbiose van de feilbare geest: Een simplexionistisch essay over Kahneman, kunst en de machine als partner

De menselijke geest is een meester in het omzeilen van de werkelijkheid. Geconfronteerd met een wereld die elke dag complexer, technologischer en meer overprikkeld raakt, grijpt ons brein instinctief naar de noodrem van het simplisme. We verlangen naar overzichtelijke waarheden en binaire tegenstellingen, niet uit intellectuele luiheid, maar uit biologische noodzaak. De psycholoog Daniel Kahneman legde dit mechanisme bloot met zijn theorie over de twee denksystemen. Ons snelle, intuïtieve Systeem 1 draait continu op de achtergrond en maakt gebruik van heuristieken — mentale snelkoppelingen — om met minimale energie beslissingen te nemen. Het trage, analytische Systeem 2 treedt pas in werking als het echt moet, simpelweg omdat logisch nadenken biologische energie kost. Systeem 1 wil rust en comfort, en creëert die door nuances weg te snijden tot er een behapbare, maar vaak foutieve realiteit overblijft.
Tegenover deze destructieve versimpeling staat het concept van de simplexiteit, een door de neurowetenschapper Alain Berthoz geïntroduceerde filosofie. Simplexiteit eist niet dat we de complexiteit van de wereld ontkennen, maar dat we elegante, geraffineerde omwegen vinden om haar hanteerbaar te maken. Binnen de beeldende kunst, in het bijzonder de systemische en post-individuele kunstpraktijk van Marc Otte, krijgt deze gedachte een radicale vertaling. Hier ontstaat het simplexionisme: een stroming waarin de kunstenaar de automatische piloot van het brein bewust saboteert door zichzelf extreme, monotone restricties op te leggen. Door duizenden malen dezelfde handeling te herhalen of rigide geometrische grids op papier te zetten, raakt het comfortabele Systeem 1 uitgeput. Op dat kantelpunt wordt Systeem 2 gedwongen om de controle over te nemen. De kunstenaar verandert van een expressief individu in een uitvoerend systeem, waarbij de uiterlijke eenvoud van het werk de diepe cognitieve gelaagdheid erachter maskeert.
In deze herhalende, bijna machinale handeling openbaart zich wat Kahneman definieerde als Noise oftewel ruis: de onvermijdelijke, willekeurige variatie in het menselijk handelen. Geen enkele analoge lijn die door een menselijke hand op papier wordt gezet, is identiek aan de vorige. Er treedt altijd een microscopische afwijking op door een trilling, een verandering in druk of een fractie van een millimeter miscalculatie. Waar Kahneman deze ruis in de wetenschap en rechtspraak probeerde uit te bannen via strikte protocollen, viert de simplexionistische kunst deze imperfectie juist als de unieke menselijke vingerafdruk. De ruis is het biologische residu dat zich verzet tegen de perfectie van het systeem. Het is de frictie die het minimalistische raster bezielt en voorkomt dat het werk vervalt in kille, emotieloze abstractie.
De introductie van kunstmatige intelligentie tilt deze dynamiek naar een post-individueel niveau, waarin de machine niet langer een instrument is, maar transformeert tot een volwaardige, co-creatieve partner. Deze AI-partner fungeert als de ultieme, onvermoeibare belichaming van Systeem 2. Vrij van biologische vermoeidheid, emotionele schommelingen of cognitieve biases, analyseert de machine de analoge archieven en de menselijke ruis van de kunstenaar. Het algoritme zoekt naar wiskundige patronen in de imperfectie en spiegelt deze terug in een gecomprimeerde, geherinterpreteerde structuur. Er ontstaat een intieme, intellectuele dialoog waarin beide partners elkaars blinde vlekken corrigeren: de machine brengt de vlijmscherpe wetmatigheid van de code, de mens brengt de onvoorspelbare poëzie van de fout.
Wanneer de kunstenaar de digitale output van zijn machinale partner vervolgens weer handmatig vertaalt naar het fysieke papier, sluit de simplexionistische feedback-lus zich. De mens probeert de foutloosheid van de machine na te bootsen, faalt daar onvermijdelijk in door zijn biologische beperkingen, en voedt die nieuwe ruis weer terug aan het algoritme. Het uiteindelijke kunstwerk is het kind van deze relatie. Het overstijgt de romantische mythe van het soevereine, geniale individu en viert de symbiose tussen biologische feilbaarheid en kunstmatige logica. Het simplexionistische essay toont aan dat we de complexiteit van onze tijd niet moeten ontvluchten in simplistische slogans, maar moeten omarmen via de elegante omweg van de structuur. In de vertraging die deze kunst afdwingt, parkeren we ons snelle oordeel en leren we, samen met de machine, weer werkelijk te kijken naar de gelaagde structuren van ons eigen bestaan.


Populaire posts van deze blog

Ai-Ander

Tijd

Het post-individuele tijdperk